Opslag van gegevens
Beginnen zonder instellingen
U hoeft niets in te stellen. Het productiepakket bevat al een bestand
.datastore met DATA_DIR=./data. Daardoor maakt Waterlagen automatisch een
map data aan in uw projectfolder
data/source_data: gedownloade brongegevens;data/processed_data: verwerkte resultaten.
Open PowerShell in uw projectfolder,
waar pixi.toml en pixi.lock staan.
Controleer de installatie en de gebruikte gegevensmap met:
pixi run --locked controleer
Kies daarna een productie bij Zelf produceren.
Productiemappen
De huidige productiescripts voor autos, inwoners, afwateringseenheden en
functioneel_landgebruik en dem gebruiken één conventie:
processed_data/<dataset>/<werkgebied>/<run-id>/
Alle vijf producten ondersteunen nederland, alkmaar, alkmaar_centrum en
waterschap_<code>.
Zie gebieden en CLI-opties voor hun betekenis.
Zonder opties maakt iedere opdracht een nieuwe run met een UTC-tijdstempel
YYYYMMDDTHHMMSSZ. Die tijd duidt de productie aan, niet het peiljaar van de
bron. Een opdracht verwerkt een gebied. Een naamconflict geeft een foutmelding;
een bestaande map wordt nooit stilzwijgend hergebruikt.
Deze scripts accepteren dezelfde opties:
| Optie | Gedrag |
|---|---|
--run-id NAAM |
Maak een nieuwe run met een eigen naam, bijvoorbeeld 20260925T120000Z_alternatieve_mapping. |
--run-id NAAM --resume |
Hervat die bestaande run en hergebruik aanwezige resultaten waar de workflow dat ondersteunt. |
--run-id NAAM --overwrite |
Bereken de uitvoer in die bestaande run opnieuw, met dezelfde instellingen en bronnen. |
Gebruik voor een naam 1–100 letters, cijfers, underscores of koppeltekens,
beginnend met een letter of cijfer; geef geen pad op. --resume en --overwrite
vereisen een expliciete run-ID en kunnen niet samen worden gebruikt.
Bijvoorbeeld, vanuit de repositoryhoofdmap:
pixi run python scripts/functioneel_landgebruik.py --run-id proef
pixi run python scripts/functioneel_landgebruik.py --run-id proef --resume
pixi run python scripts/functioneel_landgebruik.py --run-id proef --overwrite
De uitvoermap wordt bij aanvang gelogd. productie.log en run.json staan bij
de resultaten. run.json registreert de geïnstalleerde pakketversie,
rekeninstellingen, bronpaden, bronidentiteit en de status running, complete
of failed. Landgebruik bewaart daarnaast de CSV en registreert zijn SHA-256.
Herstarten met andere instellingen, een andere pakketversie, gewijzigde
bronbestanden of een andere mapping vereist een nieuwe run-ID, ook met
--overwrite. Het aantal workers mag bij hervatten wel veranderen.
Voor grote bronbestanden vergelijkt de controle pad, grootte en wijzigingstijd;
het is geen volledige inhoudscontrole. Lokale VRT's worden op inhoud en hun
bronverwijzingen gecontroleerd. Codewijzigingen binnen dezelfde pakketversie
worden niet automatisch herkend: kies daarvoor zelf een nieuwe run-ID.
Een achtergebleven .run.lock mag alleen worden verwijderd als er geen
productie meer actief is.
Downloads en gedeelde tussenproducten, zoals processed_data/vbo_buurt, blijven
op hun bestaande locaties en worden niet per run gekopieerd. De runcontrole
registreert die bestanden, maar vervangt hun eigen cachevoorwaarden niet.
De volledige producties vergelijken bronidentiteiten en vernieuwen afhankelijke
bronvoorbereiding bij gewijzigde invoer. --refresh-sources vernieuwt bronnen
voor een nieuwe run; --overwrite betreft alleen uitvoer. Een afgeleide cache
zonder opgeslagen bronidentiteit wordt bij aanwezige ruwe invoer eenmalig
opnieuw opgebouwd om later wijzigingen te kunnen herkennen.
Bestaande uitvoermappen worden niet verplaatst of automatisch als nieuwe run
overgenomen. De Python-pakketfuncties en vaste DataStore-paden blijven
beschikbaar voor bestaande workflows. Geef in vervolganalyses expliciet de
resultaten van de gewenste run op. Een uitzondering is DEM-productie:
die ontdekt een geschikte landgebruikproductie en legt de keuze vast voor hervatten.
Deze conventie geldt voor de huidige scripts; oudere gedownloade
productiepakketten kunnen nog de eerdere mapindeling gebruiken.
Gegevens ergens anders bewaren
Wilt u bijvoorbeeld een andere schijf gebruiken omdat daar meer ruimte is?
Dan kunt u de opslaglocatie opgeven in .datastore. Dat is een gewoon
tekstbestand met instellingen, geen map en geen Python-script.
De naam begint met een punt en heeft geen .txt erachter.
- Open uw projectfolder in VS Code.
- Open het meegeleverde bestand
.datastore, direct naastpixi.tomlenpixi.lock. -
De instelling voor de standaardmap ziet er zo uit:
DATA_DIR=./data
./data verwijst naar data in uw projectfolder.
Wilt u gegevens ergens anders bewaren, vervang dan ./data door het
volledige pad naar de gewenste opslagmap. Laat DATA_DIR= staan.
- Sla het bestand op als UTF-8 zonder BOM (in VS Code heet dit
UTF-8). - Start uw script opnieuw vanuit uw projectfolder.
Met DATA_DIR=./data blijft de opslaglocatie <projectfolder>/data.
Bij een ander pad komen source_data en
processed_data onder die gekozen opslagmap. Uw Pixi-bestanden, .datastore
en scripts blijven in uw projectfolder staan:
<projectfolder>/
├── pixi.toml
├── pixi.lock
├── .datastore # meegeleverd: bevat de gekozen opslaglocatie
└── scripts/
└── afwateringseenheden.py
U hoeft .datastore niet zelf te openen of uit te voeren bij elke start.
Waterlagen leest het automatisch uit de map van waaruit u de opdracht uitvoert.
Zet het daarom in uw projectfolder, boven de submap scripts.
Bestaande gegevens worden niet automatisch verplaatst. Als u een andere opslaglocatie kiest, blijven eerdere downloads op hun oude plek staan. Gebruik steeds dezelfde opslaglocatie om downloads te hergebruiken.
Meer instellingen en technische details
Met SOURCE_DATA_DIR en PROCESSED_DATA_DIR kunt u brongegevens en
resultaten afzonderlijke opslaglocaties geven. Omgevingsvariabelen met
dezelfde namen hebben voorrang op de instellingen in .datastore.
Neem geen .env over uit een ontwikkelomgeving met nieuwere workflows.
Voor de meegeleverde producties hoeft u geen .env te maken. Bij
afwateringseenheden stelt u het aantal
werkprocessen zo nodig in met --workers.
In de Python-code heet het onderdeel dat de opslaglocaties beheert
DataStore. De API-referentie beschrijft de
huidige broncode en kan nieuwer zijn dan uw gedownloade release.
Workers voor landgebruik en DEM
FUNCTIONEEL_LANDGEBRUIK_WORKERS is standaard 4; DEM_WORKERS is standaard 1.
Beide zijn positieve gehele getallen, instelbaar via .env of de omgeving.
--workers heeft voorrang voor de aangeroepen workflow. Automatische
landgebruikproductie vanuit DEM gebruikt de eigen landgebruikinstelling.
Workers mogen bij hervatten veranderen zonder de uitvoer opnieuw te maken.
Redactie: AI